Een dessert dat elk tafelgezelschap blij maakt
Dit nagerecht sluit werkelijk elk etentje op een heerlijke noot af. Kinderen zijn dol op de knapperige havermoutkoekjes die er doorheen verwerkt zitten — en eerlijk gezegd zijn volwassenen dat ook.
Ingrediënten
Voor de room en decoratie
- 1 zakje banketbakkersroom met vanillesmaak, uit de winkel
- 400 ml melk
- Rode vruchten naar keuze
- 1 à 2 eetlepels suiker
Voor de koekjes
- 2 eieren
- 1 kop bruine suiker
- Rasp en sap van 1 sinaasappel
- 1 kop zonnebloemolie
- 1 kop bloem
- 1½ kop havervlokken
- 1 zakje bakpoeder
- ¾ kop fijngehakte amandelen
- ¾ kop chocoladedruppels (couverture)
Werkwijze
Stap 1
Verwarm de oven voor op 190°C en bekleed twee bakplaten met bakpapier. Klop in een kom de eieren samen met de suiker los met een garde. Voeg vervolgens de olie, de sinaasappelrasp en het sinaasappelsap toe en roer alles goed door elkaar tot de ingrediënten volledig zijn opgenomen.
Stap 2
Meng in een aparte kom de bloem met het bakpoeder en de havervlokken. Schep dit mengsel bij het eiermengsel en roer alles voorzichtig door met een spatel. Zodra alles goed gecombineerd is, vouw je de chocoladedruppels en de amandelen erdoorheen.
Stap 3
Verdeel het beslag met een theelepel over de bakplaten. Laat voldoende ruimte tussen de koekjes, want ze rijzen op en vloeien wat uit tijdens het bakken. Bak ze in de voorverwarmde oven gedurende ongeveer 15 tot 20 minuten. Haal ze uit de oven en laat ze volledig afkoelen voordat je ze van het bakpapier loshaalt.
Stap 4
Bereid ondertussen de banketbakkersroom. Klop de inhoud van het zakje samen met de melk volgens de aanwijzingen op de verpakking. Zet de room daarna in de koelkast tot je klaar bent om te serveren.
Stap 5
Was de rode vruchten, dep ze droog en bestrooi ze met een beetje suiker. Neem mooie glazen en maak telkens twee afwisselende laagjes van gebroken koekjes, room en vruchten. Begin onderaan met een laag koekjes en eindig bovenaan met de vruchten. Serveer de trifle meteen nadat je hem hebt opgebouwd.













